Weer vreugdelicht ervaren

De strook lucht die ik vanuit het raam van mijn werkkamer zie, is loodgrijs. Geen zuchtje wind beroert de takken van de bomen. Nog lager flitsen daken van auto’s langs. Achter driedubbel glas hoor ik ze niet. Met een zucht verbreek ik de stilte. Ik typ de titel van dit opstel en vraag me af: Loop ik nog wel warm voor wat dan ook?

Sinds mijn man geheugenproblemen kreeg, is mijn wereld vergrijsd en gekrompen. Eerst in kleine stappen, maar na onze verhuizing naar Zeist in juni vorig jaar, ging het met sprongen. Mantelzorg tastte de heldere structuur aan van mijn dag. Hulpvragen vloeiden over regelmaat en ritme heen, zogen kleurcontrasten weg. De deur van mijn werkkamer achter me dichttrekken, bood geen  oplossing want ook dan bleven mijn oren gespitst. Waakzaamheid verhinderde elke vorm van verdieping. Ik capituleerde en bleef voortaan in de woonkamer zitten. Cultuurgeschiedenis, filosofie en antroposofische inhoud verdwenen zachtjes naar de achtergrond. In plaats daarvan verdreef ik de tijd met woordspelletjes op mijn laptop, gesprekjes, makkelijk neer te leggen boeken en routinematige activiteiten in huis. De consequenties waren groot, want in die verstrooiing verloor ik mijn zin. De vraag naar mijn enthousiasme kwam hard binnen. Want waar sta ik überhaupt?

Tot een jaar geleden wist ik dat wel. Ik stond midden in het leven en gaf cursussen over de grondsteenspreuk van de antroposofische vereniging. Iedere ochtend weer snelde ik direct na het ontbijt naar boven. De nacht had me verkwikt en met nieuwe inzichten verrijkt waardoor de inhoud van mijn cursussen zich vanzelf ontwikkelde. Rond tienen dronk ik beneden een kop koffie met mijn man. Tot de lunch verwerkte ik boven de oogst van de nacht oogst in tekst en tekening. Daarna liet ik alles los en gebruikte ik mijn tijd voor andere, vaak gezamenlijke activiteiten. Regelmatig sloten de ontmoetingen die ik dan had aan op de thema’s die ik ’s morgens had onderzocht. Dit ritmische leven maakte mijn dagen rijk gevuld en vruchtbaar. De inzichten die ik ontving, stemden me dankbaar en ik verheugde me dan ook op een volgende cursusdag.

Individueel onderzoek vraagt discipline. Alleen als ik dagelijks aan een vraag werk, ontvang ik nieuwe inzichten. Concentratie is nodig, maar juist als ik mijn focus loslaat en me onbevangen met mijn omgeving verbind, vallen me nieuwe inzichten ten deel. 

Ik ervaar verband tussen inzicht en enthousiasme. Beide hangen samen met vuur. Aan geestlicht ontleen ik mijn motieven, geestdrift vuurt me vervolgens aan. Zo peinzend over dit aansporende aspect van het element vuur, realiseer ik me dat mijn vuur ontvlamt dankzij de uitwisseling met anderen. Dat kan iemand zijn met wie ik overdag spreek, maar het kan ook een vrucht zijn van het contact met een engel of een geliefde gestorvene ‘s nachts. Veel inzichten dank ik aan hen. Vuur ontvlamt als ik iets zinrijks hoor, maar laait ook op in verontwaardiging. Vuur verwarmt mijn hart, verschroeit mijn rede, kan in woede zieden en gevaarlijk zijn. Maar zonder die warmte leef ik mijn leven in lauwe onverschilligheid. Gebrek aan zuurstof kan ertoe leiden dat mijn vuur kwijnt. En als dit gebeurt, verduistert ook het inzichts-licht en vergrijzen mijn dagen. De omgang met vuur luistert nauw, vraagt wakkerheid.

Eind vorig jaar is Leo opnieuw onderzocht en verklaarde de huisarts hem dement. Die diagnose schiep helderheid, bracht nieuwe mogelijkheden. Vanaf januari gaat hij op maandag naar de dagopvang. Sinds kort zelfs twee dagen per week. Mede daardoor zie ik beter waar ik nu sta en wat er ontbreekt. Ik mis het vuur dat in de vrije uitwisseling met anderen ontstaat. Vuur dat vreugde brengt en inzichts-licht. Dit ‘vreugde-licht’ enthousiasmeert me tot nieuw gedrag. 

Mijn werktafel is lang leeg gebleven. Ik heb mijn tijd maandenlang verstrooid. De vraag is nu: Hoe bind ik mijn uren, dagen, weken weer in zinvolle lijnen en ritmen bijeen? Uit ervaring weet ik wel wat werkt: het activeren en oefenen van mijn vrije wil met behulp van de wilsoefening van Rudolf Steiner. Die oefening gebruikte ik al toen mijn kinderen klein waren en mijn vrije tijd en energie beperkt. In de aanloop tot deze schrijversmiddag heb ik haar weer opgepakt. De eerste keren deed ik haar uren te laat. Maar al snel ging het beter. Nu kan ik haar vaak weer op de minuut af uitvoeren. Ook als ik er twee per dag doe. Omdat ik tijd en inhoud varieer, blijft de oefening uitdagend.

De wilsoefening vraagt weinig tijd, maar het effect is groot. Naarmate het oefenmoment nadert, verruimt de tijd zich en groeit mijn tegenwoordigheid van geest. Net als altijd voer ik de normale, dagelijkse routines uit. Met dit verschil dat ik nu bewust in routines stuur waarin ik anders slaap. Steeds bepaal ik wat er in de resterende tijd nog past. Vaak is dat veel. In een half uur kan ik nog makkelijk boodschappen doen. In tien minuten planten water geven. In de laatste minuten ben ik klaarwakker bij meer dan één activiteit betrokken. Ik kan bezig zijn met een hulpvraag van mijn man, of net de uien snijden. Maar precies op het goede moment verhang ik de oorbel in mijn rechteroor naar links en die van links naar rechts. Een handeling van niks, een mijlpaal voor mijn tegenwoordigheid van geest. Vrijer, meer zelfbewust zet ik mijn dag voort.

Pas eergisteren vond ik de energie voor dit opstel. Ik begin mezelf te hervinden en tegelijkertijd herstelt zich ook het contact met anderen. Hartverwarmend ervaar ik de eerste glimpen van het vertrouwde vreugdelicht.

Annemarie Sijens

Dit artikel is op 22 april 2026 gepubliceerd op Spreek ook jij and DVD/Spreek ook jij.