Sociale kunst: ruimte scheppen voor elkaar

Rudolf Steiner beschreef in 1906 dat de cultuurvormende kracht van de toekomst uitgaat van een vermogen dat toen nog maar in kiemvorm aanwezig was. Hij vertelde dat deze nieuwe kracht in het sociale leven zichtbaar werd en verbond deze met de objectieve liefde. Waar zien we iets van deze nieuwe, sociale kunst? Welke vaardigheden zijn er voor het uitoefenen van deze kunstvorm nodig?

Tekst: Annemarie Sijens

In een aantal voordrachten onderstreepte Rudolf Steiner het verschil tussen de muzische en de plastische kunsten. Over de plastische kunsten zei hij dat ze een incarnerend karakter hebben. Ze hangen samen met het verleden en de planeten Saturnus, Zon, Maan en Mars. De muzische kunsten zijn verbonden met de toekomst, het excarneren en de planeten Mercurius, Jupiter en Venus. Mijn eigen meditatief onderzoek naar planeten en sterrenbeelden bevestigt dit beeld. In de door Rudolf Steiner geïnaugureerde nieuwe kunsten, zoals de pedagogische en medische kunst, dient de kunstenaar op zijn vakgebied zowel plastische als muzische activiteiten te beheersen. In 1920 werkte hij dit in vier voordrachten voor pedagogen uit. Hij vertelde zijn toehoorders, dat het goed is om in de klas muzische en plastische activiteiten af te wisselen. Wanneer leerlingen wat witjes wegtrekken, en kennelijk te krachtig incarneren, kan de leraar ze muzisch benaderen. Wanneer ze elkaar de tent uit vechten, moet hij voor een passende incarnerende, plastische activiteit kiezen. Zo zorgt hij ervoor dat zijn leerlingen zich harmonisch ontwikkelen en dat ze de doelen die ze zich in de geestelijke wereld hebben gesteld, kunnen realiseren. Met zijn toekomstkrachten kan een leraar behulpzaam en helend inwerken op datgene wat plastisch incarnerend in een leerling optreedt. Het muzische in de leerkracht is kennelijk in staat om het ik van de leerling te helpen zijn lichamelijke omhulsels goed te vormen. Zijn er parallellen met de sociale kunst?

Sociale kunstenaars

De afgelopen eeuw laat ons een heel scala van leiders zien, die hun samenleving ingrijpend veranderden. De leiders die me hier voor ogen staan, hebben hun cultuur positief beïnvloed en schiepen ruimte voor hen die eerder weinig ontwikkelingsruimte hadden. Ze zullen zichzelf vast geen sociale kunstenaars noemen, maar zijn dit in mijn ogen wel. Ik denk aan mensen als Martin Luther King, Nelson Mandela en Muhammad Yunus. Ze hebben elk een andere achtergrond en komen uit verschillende werelddelen, maar konden de kernwaarden van hun tijd herkennen en als ideaal verwoorden. Ze hadden een droom en handelden ernaar. In de kunstzinnige processen die zij op gang brachten, is te zien dat sociale kunst bovenal een muzische kunst is. Hun kunstwerken manifesteren zich immers, net als een concert of toneelstuk, in de tijd.

Het is een wezenlijk kenmerk van een muzische kunst dat het kunstwerk alleen tijdens de uitvoering beschikbaar is. De toehoorders zijn erbij en hun reacties kunnen dus van invloed zijn op de uitvoering. Soms zoekt de kunstenaar deze interactie zelfs bewust op. Deze twee kenmerken gelden ook voor sociale kunst. Sociale kunstenaars werken immers altijd in interactie met anderen. De kunstwerken die zij initiëren, zullen zich dankzij de inbreng en inzet van anderen verder ontwikkelen. De kiemen die deze kunstenaars in het sociale leven planten, zijn levenskrachtig. Ze groeien, gedijen en planten zich voort. Ook anderen kunnen het zaaigoed opkweken. Dit zien we bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van het microkrediet. Muhammad Yunus paste deze kredietvorm in de zeventiger jaren voor het eerst toe en richtte in Bangladesh de Grameen-bank op. Tegenwoordig is microkrediet een breed geaccepteerde vorm van kredietverstrekking. Daar zag het in het begin niet naar uit. Als initiatiefnemer brak Muhammad Yunus met een aantal conventies en zijn ideeën werden jarenlang verguisd. Pas toen de maatschappelijke werking van zijn concept duidelijk werd en hij geleidelijk meer medestanders kreeg, veranderde dit. Nu wordt hij alom geëerd en ontving hij vorig jaar zelfs de Nobelprijs voor de Vrede. Dit voorbeeld laat zien dat sociale kunstenaars moed nodig hebben om patronen te doorbreken en standvastig genoeg moeten zijn om langdurig tegen weerstand te zijn opgewassen. Vaak betekent dit ook dat ze persoonlijke offers brengen. Moed, standvastigheid en offervaardigheid zijn vaardigheden die op een grote doelgerichtheid wijzen, maar maken iemand nog niet tot een sociale kunstenaar die met behulp van objectieve liefde aan cultuurvernieuwing werkt.

Kernwaarden en de tijdgeest

De meest essentiële ingrediënten van ‘sociale kunst’ zijn liefde en rechtvaardigheid. Rudolf Steiner schreef dat we sociale kunst pas kunnen realiseren wanneer we het vermogen hebben verworven om objectief te kunnen leven in de liefde en we ons samen met anderen kunnen vinden in dat wat edel en goed is. Het recht biedt ons wat dat betreft een dankbaar oefenterrein. Bij het maken van afspraken kunnen we bijvoorbeeld proberen om meer rekening te houden met elkaars wensen, behoeften en mogelijkheden. Wanneer we dat doen, lukt het ons vaak om tot afspraken te komen die voor alle partijen ‘goed voelen’.

Sociale kunstenaars kunnen onbekend zijn. Mensen als Mahatma Gandhi en Martin Luther King trokken de aandacht van de hele wereld. Er zijn daarnaast veel sociale kunstenaars die op bescheiden schaal wonderen verrichten in de stad waar ze wonen of in de organisatie waar ze werken. Wat ze gemeen hebben, is dat ze voeling hebben met de tijdgeest. Hierdoor kunnen ze de kernwaarden die ‘in de lucht hangen’ als eerste verwoorden en naar concreet handelen vertalen. Wanneer een kernwaarde goed is gekozen, nodigt zij ook anderen uit tot het formuleren van idealen die bij hun tijd en plaats passen. Dat enthousiasmeert mensen, prikkelt hun fantasie en nodigt hen uit om het goede te doen. Door de gebundelde kracht van een groep mensen kan er dan in relatief korte tijd veel in positieve zin veranderen.

Sociale kunstenaars beschikken over bijzondere communicatieve vaardigheden. Ze behandelen hun medemensen met liefde en leggen de nadruk op een vredelievende uitwisseling. Ook met andersdenkenden. Ze kiezen voor geweldloze actie en dat onderscheidt hen van cultuurhervormers die een samenleving naar hun hand willen zetten. Zulke leiders werken met dwingende gedragsregels en beperken hierdoor de ruimte van anderen. Sociale kunstenaars daarentegen scheppen ontwikkelingsruimte. Dat maakt hen tot een blijvende inspiratiebron voor velen.


Dit artikel is gepubliceerd in de special ‘Kunstimpuls’. Een uitgave van Motief, maanblad voor antroposofie, ter gelegenheid van het honderdjarig jubileum van de Kunstimpuls van Rudolf Steiner dat in 2007 met een groots opgezette conferentie is gevierd.