Wat taal kan openbaren

Het is moeilijk een ander echt te begrijpen. Zelfs als je hem verstaat, kun je hem niet altijd goed volgen. Soms zijn de verschillen in opvatting zo groot, dat je dit niet eens wilt. Dit gebeurt in de politiek, in de buurt, soms zelfs in je eigen huis. We spreken wel, maar zijn verleerd zo te luisteren dat we elkaar begrijpen. Tussen verstaan en begrijpen werpen we vaak barrières op.

Dit gebied kun je onderzoeken door het gehoorzintuig in meer zintuigen te differentiëren. De arts Albert Soesman beschreef op grond hiervan een taalzintuig, een begripszintuig en een zintuig waarmee we de identiteit van de ander gewaarworden.

Taalzintuig

Als we met gesloten ogen naar een opera luisteren, horen we het verschil tussen muziek en de zinvolle klanken van een taal, zelfs als die ons onbekend is.

Elke taal kent hardware en software. De hardware bestaat uit structuren van medeklinkers die de betekenis van woorden vastleggen. Als je een paar verwante talen met elkaar vergelijkt, zie je dat er aan de structuur van millennia oude woorden maar weinig veranderd is. Moeder is zo’n woord. Qua structuur lijkt het sterk op het Engelse mother en het Duitse Mutter. Zelfs bij talen die verder van het Indo-Germaans afstaan, zoals Latijn en Sanskriet, vind je in de woorden mater en matar de taalwortel MTR terug. In de ene taal wordt de T hard uitgesproken, in andere talen is ze tot een D of TH verzacht.

In de begintijd van het schrift duurde een schrijversopleiding lang en genoot het ambt aanzien. Woorden hadden een magisch karakter, waardoor je er zorgvuldig mee om moest gaan. De Grieken noemden de Egyptische schrifttekens niet voor niets hiëroglyfen, heilige woorden. Uit respect voor de scheppingskracht die met het woord samenhing, tekenden schrijvers alleen de medeklinkers op. Dat je een tekst ondanks het gebrek aan klinkers wel lezen kunt, merk je als je de onderstaande zin uitspreekt.

Dz tkst mt lln mdklnkrs kn j ng stds lzn.

Gemakshalve heb ik tussen de woorden spaties aangebracht. In oude teksten is dat niet het geval. In de Hebreeuwse Thora staan alle medeklinkers als een blok aaneen en moeten lezers daar zelf woorden en zinnen van maken. Dat lukt alleen als ze begrijpen, of zich herinneren, wat er staat. Lukt dat niet, dan blijft de tekst een gesloten boek.

Begripszintuig

400px-gerizim_samaritan_torah_img_2118De oude Hebreeën hadden een visie op taal. Volgens hen vormden de medeklinkers het lichaam van een woord, terwijl klinkers de ziel van dit woord, intonatie en zang de geest ervan aanduidden. Uit respect voor het onzichtbare, lieten ze alle klinkers uit hun heilige teksten weg. De Thorarollen werden gekleed in prachtige mantels, slechts in de beslotenheid van de synagoge geopend en vaak door een chazan voorgezongen. De naam van God, JHWH, was zelfs zo heilig, dat alleen de hogepriester die slechts één keer per jaar, in het heiligste der heiligen van de tempel, mocht uitspreken. De oprichter van het chassidische jodendom kreeg de eretitel Ba’al Sjem Tov, wat betekent dat hij de goede naam van God kende. Iets van een wonderdoener kleefde hem aan.

Dat gesproken taal iets extra’s omvat, dat verder gaat dan de platte betekenis van woorden, voelen we allemaal wel aan. Talen hebben verschillende karakters. Het Vlaams lijkt sterk op het Nederlands, maar klinkt zachter, toegankelijker, wat rommeliger ook. Het zangerige Italiaans klinkt perfect in een opera. Hoor je Baskisch spreken, dan valt de kracht ervan onmiddellijk op. In het gesproken woord klinkt de volksziel door.

Houden we het wat dichter bij huis, dan geven we onze woorden allemaal bewust of onbewust een gevoelslading mee. Door klinkers te rekken en intonatieverschillen aan te brengen, kunnen anderen horen hoe we ons voelen. Iets van onze onzichtbare binnenkant, van onze ziel, klinkt in onze stemmen door en maken we in mimiek en lichaamstaal kenbaar.

Bij het begripszintuig denk ik vaak aan een collega die me in de tijd dat ik bij een outplacementbureau werkte, de kneepjes van het vak leerde. Tijdens een coachgesprek wees hij op een lege stoel, waarbij hij opmerkte dat daar de derde kon aanschuiven. Hij doelde op de verbindende kracht van Christus en diens woorden “Waar twee of meer in mijn naam verenigd zijn, ben ik in hun midden.” Door aandachtig naar elkaar te luisteren, ontstaat wederzijds begrip. De magische kracht van het woord opent onze harten, zodat we elkaar kunnen volgen, meebewegen en meeleven.

Ik-zintuig

Dan is er nog het ik-zintuig. Zo gauw we met de ander meeleven, helpt dit zintuig ons de goede vraag te stellen. Dat is de vraag die de ander tot denken aanzet, zodat hij bij zichzelf komt en uit inzicht nieuwe initiatieven gaat ontplooien.

Als oerbeeld vind je dit in de wereldliteratuur terug. De ridder Parcival stelde de gewonde graalkoning Amfortas de vraag: “Oom, wat brengt u in verwarring?”

Hier is dit een vraag naar het levenslot, naar wat de draden van Amfortas’ levensloop zo in de war heeft gebracht, dat er knopen zijn ontstaan. Mijn blog met jezelf in de knoop gaat over dit onderwerp.

Een op het juiste moment gestelde vraag, brengt je weer bij de ongevormde, kiemkrachtige kern van je wezen. Het antwoord dat je vindt, kan kluisters doorbreken, nieuwe groei en ontwikkeling brengen. Inzicht gaat dan in initiatiefkracht over.

——

De bovenstaande tekst is geïnspireerd op het boek ‘De twaalf zintuigen’ van de arts Albert Soesman (1914 – 2007). Ik heb dit boek meermaals herlezen en zijn onderzoeksresultaten voor dit artikel aangevuld met de resultaten van mijn eigen onderzoeken op het vlak van taal en gespreksvoering.
Foto: Spaanse Wikipedia, Rollo del Pentateuco samaritano. Monte Gerizim, 2013.  Auteur Deror_avi