Geest-schouwen

Bij het waarnemen maak je gebruik van je zintuigen en richt je je op de fysieke wereld. Bij het schouwen richt je je juist op de wereld van de ideeën, op de geest. Alles wat leeft kent een patroon van opgang, bloei en neergang. Dit geldt voor planten, dieren, mensen, organisaties en culturen. Groei en ontwikkeling vinden steeds plaats rond een ideële kern. Dat kan een begrip zijn, een waarde, een idee of een identiteit. Bij het schouwen probeer je een grotere tijdspanne te omvatten en daaruit de essentie af te lezen.

Schouwen vraagt een meditatieve, ontvangende grondhouding. Alleen zo spreken de fenomenen zich uit. 

Oefening 1. Wandelen in de natuur

Waarnemingen aan planten vormen ideaal oefenmateriaal. Maak deze week eens een wandeling in bos of park. Kijk om je heen en verzamel zo veel mogelijk zintuigindrukken. Wat zie je, hoor je en ruik je in het vroege voorjaar? Doe ook tastervaringen op. 

  • Welke gevoelens roepen de kale takken op? 
  • Welke gevoelens heb je bij de uitlopende bollen en de zwellende knoppen?
  • Welke wilsimpulsen en/of gedachten ervaar je?

Oefening 2. Zelf innerlijke beelden vormen

Leg een zaadje van een jou bekende, eenjarige plant voor je op tafel. Stel je voor dat je dit zaadje poot. Schouw hoe dit zaadje ontkiemt, blad voor blad ontplooit en een bloem vormt. Stel je vervolgens ook de periode van zaadvorming voor en de verschijning van de plant in herfst en winter.

  • Welke gevoelens roept het proces van groei en bloei op?
  • Welke gevoelens heb je bij de fysieke neergang van de plant?
  • Welke wilsimpulsen en/of gedachten ervaar je?

Oefening 3. Beelden van anderen doorzien

Beelden roepen gevoelens, gedachten en wilsimpulsen op. Richt je eens op de effecten van een reclameboodschap die je aanspreekt. Bekijk dit spotje (Ster, Sire of ideële boodschap) eventueel een paar keer. Stel jezelf de volgende vragen:

  • Welke zintuigindrukken roept het spotje op? Denk bijvoorbeeld aan: wind in het haar, koffiegeur, smaak van Indisch eten, zonnewarmte;
  • Welke gevoelens ervaar je tijdens het kijken? 
  • Welke gedachten-associaties roepen de beelden op? Bijvoorbeeld: dieren lijden omdat wij (goedkoop) vlees willen eten; dankzij deze crème zie ik er tien jaar jonger uit;
  • Welke handelingsimpuls(en) ervaar je? Bijvoorbeeld: nu ga ik minder vlees eten, deze crème ga ik kopen;
  • Vanuit welke waarde(n) handelt de opdrachtgever van het spotje? Bijvoorbeeld: dierenwelzijn, geldelijk gewin, duurzaamheid, schoonheid.
  • Welke waarde(n) van jou komen in vervulling als je op grond van het spotje handelt? Komen er dan voor jou of anderen ook waarden de knel? 

De resultaten van oefening 1 en 2 delen we plenair. Die van oefening 3 deel je in een twee- of drietal. 

11 februari 2022