Verbeelden en mediteren

Bij een van mijn workshops over planten was een muzikant aanwezig. Bij het verzamelen van onze observaties, vertelde hij me dat hij in elke plant een motief zag op basis waarvan hij een melodie zou kunnen componeren. “Ja”, zei hij, “je kunt de groei en ontwikkeling van een plant zelfs dansen.” Dit muzikale, beweeglijke element klinkt ook door in Goethes gedicht over de metamorfose van de planten. Met behulp van inlevingsvermogen en fantasie kun je dit meebewegen oefenen. Je krijgt dan een indruk van de levende idee plant.

Oefening Verbeelden

Lees ter inspiratie Goethes hele gedicht over de metamorfose van de plant.[1]Bij de vorige oefening heb je een paar planten gekarakteriseerd.  Stel je nu voor dat je het zaad van Goethes oerplant bent. Beweeg stapsgewijs mee met de groeibeweging van dit idee.

  • Wortel en strek                     (verticaal)
  • Vorm bladeren                      (periferie)
  • Vorm bloemen                      (verfijning)
  • Vorm vrucht en zaad           (toekomst)

Stel je de opeenvolgende beelden als een film voor en speel die versneld af. Probeer de essentie in een eenvoudig beeld te pakken.Mediteer daar enige tijd op.

Het opbouwen van beelden en daarop mediteren een belangrijke stap in de ontwikkeling van kennis. Ik hanteer bij voorkeur de meditatievorm, die we hier in het westen vroeger in kloosters hanteerden. Hun meditaties waren niet gericht op eigen ziel en zaligheid, maar op de opbouw van een mens- en wereldbeeld waarmee ze impact hadden op hun omgeving.

Lectio divina

Voor middeleeuwse kloosterlingen was meditatie een van de vier stappen in een proces dat lectio divina heette. Het hele proces startte met het lezen van een boek, waarin de monnik iets voedzaams hoopte aan te treffen. Stootte hij op een passage die hem raakte, dan herkauwde hij de tekst net zo lang tot die zijn voedzame inhoud prijs gaf. Die geconcentreerde activiteit in zijn kloostercel noemde hij de meditatie. Vervolgens verbond hij zijn vondst met een situatie uit zijn dagelijkse leven waarbij hij vragen had: deze stap noemde hij het gebed. Bij de vierde en laatste stap liet de monnik alles los en hoopte hij dat hem in de binnenkamer van zijn ziel een licht zou opgaan. Gebeurde dit, dan was de lectio divina afgerond en toog hij aan het werk.

Ora et labora was zijn leuze. Het ‘bid en werk’ van kloosterlingen heeft Europa in de middeleeuwen gecultiveerd en beschaafd. Monniken legden moerassen droog en ontgonnen woeste gronden. Kloosters vormden centra van beschaving in een tijd van twistende edelen en horige boeren. In die duistere tijden hadden kloosterlingen onderwijs, gezondheidszorg en landbouw onder hun hoede. Hun noeste arbeid illustreert dat meditatie ons niet van de wereld isoleert, maar een stevige basis legt van waaruit we vernieuwende initiatieven kunnen ontplooien. Dat meditatie en initiatief ook nu nog tot cultuurvernieuwing leiden, is te zien aan alle vernieuwingen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en landbouw die de antroposofische beweging de afgelopen eeuw initieerde.[2]

De meditatie die de kloosterling op teksten verrichtte, kun je ook toepassen op zelf gemaakte beelden en imaginaties. Ik mediteer nu ruim 25 jaar op beelden en merkte na een jaar of vijf hoe zinvol dat is. Dankzij meditatie in deze vorm ontwikkelde ik coachmateriaal dat ik jarenlang met succes gebruikte. De beelden waarop ik indertijd mediteerde zijn tot een groter geheel uitgegroeid. Tot het mens- en wereldbeeld van waaruit ik nog steeds handel. Toch vallen me nog regelmatig nieuwe inzichten toe.  Meditatie leidt tot een blikverruiming die doorgaat.


[1] Te vinden op internet

[2] Deze tekst over meditatie is eerder gepubliceerd als onderdeel van het artikel  Ademen van licht, Antroposofie magazine, juni 2017