Meer uit je leven halen

We hebben allemaal een vakgebied dat ons uniek maakt. Dat is de eigen levensloop. Door die met een andere bril te bekijken, krijg je meer oog voor de waarden die aan je gedrag ten grondslag liggen. De waarden die in je leven centraal staan, variëren doorgaans in de loop van je leven. Vaak is er een markant verschil in de waarden voor en na een midlifecrisis.

Door alle tijden heen is de levensloop als een trap afgebeeld, waarbij de vitaliteit tot het midden van het leven groeit, om daarna geleidelijk af te nemen. Een soort energiecurve dus. Het boeiende is dat die curve zich net als een fractal op vele niveaus herhaalt. Ze komt in ieder project, in iedere baan, zelfs in de loop van iedere dag terug. We beginnen met veel energie om aan het einde gas terug te nemen. Energetisch gezien biedt de neergaande lijn het ideale moment om terug te blikken. In de praktijk doen we dat ook vaak. Denk maar aan de evaluatie van een afgerond project. Of aan de rustige terugblik aan het einde van een hectische dag. Dankzij zo’n terugblik, kun je oogsten.

De levensboog

In de onderstaande prent beklimmen we in onze jonge jaren een trap, die we vervolgens weer afdalen. Dit sluit aan op een levenswet die we allemaal kennen. Jonge mensen groeien en worden tot een bepaalde leeftijd steeds sterker. Daarna neemt hun fysieke kracht geleidelijk af, terwijl hun inzicht en ervaring nog lang kunnen doorgroeien. In de bloeitijd van het leven is er sprake van een optimale combinatie van fysieke kracht en ervaring. Zelf heb ik dat hoogtepunt tussen mijn 35e en 40e ervaren. Volgens de Trap des Ouderdoms bereiken we dat punt pas met vijftig jaar. Dit illustreert dat ons bloeimoment varieert. Sporters leveren al jong hun topprestaties, terwijl kunstenaars zich juist tot ver in de ouderdom blijven ontwikkelen. Het maakt uit of we ons primair richten op de lichamelijke vermogens, op de ziel of dat we juist de geestelijke kwaliteiten waarderen.

Trap des Ouderdoms, centsprent uit 1845, wikipedia

De levenstrap deelt het leven wat cru in drie grote blokken in, die tegenwoordig vaak groei, bloei en neergang worden genoemd. Een somber vooruitzicht als je de indruk hebt dat je bloeitijd inmiddels achter de rug is. Gelukkig biedt ook die neergaande lijn positieve kanten. Want alleen dankzij groei en bloei kunnen we oogsten. 

Eerst verzilveren, dan oogsten

In je werk groeien ervaring en salaris lange tijd min of meer gelijk op. Je verzilvert als het ware de toename van je vaardigheden. Maar aan die groei zijn grenzen gesteld. Onherroepelijk breekt het moment aan waarop je de laatste periodiek in je loonschaal bereikt. Wil je het kapitaal in je vingers beter benutten, dan loont het om regelmatig te oogsten. Het inzicht dat je daardoor verwerft, biedt boeiende loopbaanperspectieven.

Naarmate je ergens langer werkt, krijg je je werk steeds beter in je vingers. Jarenlange ervaring maakt je onbewust bekwaam. Pas als een nieuwkomer je vragen stelt, ga je over zo’n routinematig uitgevoerde handeling nadenken. Zijn vragen wekken bewustzijn voor het kapitaal ‘in je vingers’. Dankzij zulke vragen ga je op je eigen handelen reflecteren. Je vraagt je af waarom iets zo doet en niet anders. Uiteindelijk brengen zulke vragen je bij de waarden die aan je handelingen ten grondslag lagen. Dat geeft inzicht. 

Dankzij inzicht kun je een handeling doelbewust anders uitvoeren. Dit groeiende inzicht in de waarden die je wilt realiseren, maakt je creatief. Kennis van waarden, fantasie en technische bekwaamheid maken je tot een meester[1] op jouw vakgebied. Ben je zover, dan kun je leerlingen opleiden of als primus inter pares leidinggeven aan collega’s. Inzicht in waarden is de oogst die geestherinneren oplevert.

Werkwijze

Je hoeft niet op vragen van anderen te wachten, maar kunt ook besluiten om regelmatig op je handelen terug te blikken. Iedere dag vormt een mini-energiecurve waarbij je ’s morgens verfrist wakker wordt en ‘s avonds moe gaat slapen. Voor veel mensen is de avond daarom een uitgelezen moment voor een reflectieve terugblik. Anderen doen dit juist in het weekeinde. Weer anderen wachten een vakantie af.


[1] In de middeleeuwse gilden begon je als leerling. Daarna werd je gezel. Pas als je een meesterstuk had vervaardigd, mocht je je meester noemen en kon je zelf leerlingen opleiden.