Wat alleen liefde vermag

Cupido’s pijl trof mijn hart voor het eerst op het schoolplein van het Christelijk lyceum in Zeist. Ik haalde mijn fiets van het slot, keek op en zag hoe Henk zich over zijn Puch boog. Zonlicht speelde door zijn haar en vlinders namen hun intrek in mijn buik. Al mijn muizenissen verdampten en in plaats daarvan richtte ik me op een toekomst, waarin Henk bewonderend naar me keek. In mijn dagdromen veranderde ik van een verlegen muurbloem in een boeiende, eloquente vrouw. Net als veel leeftijdgenoten, plaatste ik mijn geliefde op een voetstuk en wilde ik zijn evenknie zijn.

Afbeelding uit de Codex Manesse, Herr Konrad von Altstetten.

Dat liefde ons kan ontwikkelen en beschaven, vond ik later in literatuur bevestigd. In het Middeleeuwse Frankrijk bezongen minstreels de hoofse liefde. Geïnspireerd door hun liederen, ontwikkelden mannen zich tot ridders, vrouwen tot edelvrouwen. Liefde metamorfoseerde hun eerder ruwe samenleven in een geciviliseerde beschaving met hoffelijke omgangsvormen. Langer geleden, eerden ook de Grieken de liefde al. In Plato’s beroemde dialoog Symposion roemden feestgangers de werking van Eros, de god van een liefde die het hele terrein van zoete wellust tot aan de liefde voor goedheid, schoonheid en waarheid bestreek. Naast deze welbekende Eros kenden de oude Grieken ook een oudere Eros. Dat is de Eros die in de oorspronkelijke Chaos naast onze oeraarde Gaia verscheen. Dankzij de oudere Eros ontstond de wijde hemel, de zee, de aarde en alles wat daarop en daarin leeft. Volgens de Griekse mythen was liefde de scheppende kracht in ons heelal.

Op een kritiek punt in mijn studietijd leerde ik de kracht van die oudere Eros kennen. Tijdens het jarenlange ziekbed van mijn broer, ging ik drinken. Het leidde ertoe dat ik mijn studie afbrak en mijn contacten met vrienden en huisgenoten verwaarloosde. Tijdens de inktzwarte nacht die op de dood van mijn broer volgde, besefte ik dat ik geen grond meer had onder mijn bestaan. In mijn wanhoop rukte ik de riettegels los van de vloer. Diep in de put zat ik met een asbak voor mijn neus op het stoffige zeil, de ene sigaret na de andere rokend. Genadeloos scherp zag ik mijn leven voor me. Beschaamd besefte ik wat ik allemaal verloren had. Alles eigenlijk. Op een haar na zelfs mijn verstand. Ik vroeg me af of ik mijn schepper nu nog kon liefhebben. Tot mijn verrassing ontdekte ik dat mijn liefde ook nu nog overeind stond. Het was een liefde die niets meer vroeg, maar me troostte en kracht schonk.

Vrienden waren ver, elk zelfvertrouwen ontbrak en herinneringen deden pijn. Dankzij liefde kon ik me weer een toekomst voorstellen en mijn leven op nieuwe leest schoeien. Liefde, fantasie en moed hielpen me ook om mijn vrienden weer op te zoeken en mijn mentor te bellen. Het hernemen van de regie over mijn leven betekende concreet dat ik mijn studie weer oppakte, verhuisde en in veel opzichten opnieuw begon. Van deze pijnlijke ervaring heb ik veel over de liefde geleerd. Het blijkt een zaad dat juist in de diepste put ontkiemt, omhoog rankt en tot kleurige bloei komt.