Het scheppen van ruimte

De mythe van Kaïn en Abel illustreert dat wij als land- en stedenbouwers de afgelopen millennia onze omgeving hebben herschapen. Een gegeven dat ons tot Kaïns zonen maakt, die en passant de natuur, flora, fauna en medemens knechten en de elementen vervuilen. Met het jaar groeit de noodzaak om innerlijk ruimte te scheppen voor het grotere geheel in ons. Hoe kunnen we dat doen?

Aan de TU Delft leerde ik dat architecten ruimten scheppen en dat gebouwen naast een materieel ook een geestelijk fundament hebben. Als ik nu op mijn levensloop terugkijk, zie ik mijn pogingen om die twee uitgangspunten naar het sociale leven te vertalen. Geleidelijk metamorfoseerden beide uitgangspunten zich tot rugdekking (het scheppen van innerlijke ruimte) en initiatiefkracht (het met fantasie en techniek initiëren van iets heel nieuws op grond van immateriële ideeën en waarden). De afgelopen vijftien jaar spreek en publiceer ik hier regelmatig over, zie teksten zoals Mijn broeders hoeder en tijd nemen, ruimte scheppen.

Rugdekking en initiatiefkracht zijn twee zijden van dezelfde medaille. Om een heilzame werking te hebben, moeten ze in evenwicht zijn. Dit evenwicht herken ik in het onderstaande motto van de sociale ethiek:

Dit alleen werkt genezend,
Als in de spiegel van de mensenziel de hele gemeenschap ontstaat
en als in de gemeenschap leeft de kracht van ieder individu
Rudolf Steiner, 1920

Evenwicht dus, in de oud-Egyptische, Platonische zin en ook antroposofische zin van het woord. Evenwicht tussen het materiële en het ideële, tussen groei en ontwikkeling, tussen welvaart en welzijn. Duurzaam geluk vinden we niet in het hedonisme van individuele uitspattingen, maar dankzij het bewaren van een dynamisch evenwicht tussen het “eigen ik” en het met de omgeving verbonden “wereld–ik”.

Het thema is actueel. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Club van Rome (*1968) is Come on gepubliceerd. Het beschrijft de grenzen aan de groei en stelt de de wens naar een nieuwe filosofie centraal. Een filosofie van evenwicht tussen individu en het grote geheel. Net als in de zestiger jaren is de culturele voorhoede de tijd van pure ratio voorbij. Ze zoekt ruimte voorbij het dorre meten, wegen en tellen. BD, fair trade en vrijescholen floreren dankzij hen.

Het scheppen van innerlijke ruimte in het “eigen ik” is een stap waardoor we het grotere geheel in onze ziel opnemen en wetenschap tot leven wekken. Zulke levende kennis enthousiasmeert en inspireert tot het nemen van initiatieven. De column Twee miljoen cultureel creatieven beschrijft de kracht van mensen die op grond van hun waarden onze wereld nu al aan het herscheppen zijn.