Geest-bezinnen

‘Wie is sterk? Hij die zichzelf beheerst.’, Joodse bijbeluitleg (midrasj)

Vuur is een essentiële, maar ook gevaarlijke warmtebron. Gaat het haardvuur uit, dan lijden we kou. Laten we haar vlammen onbeheerst woeden, dan kan ons hele huis afbranden. Al vroeg kregen vrouwen de taak het haardvuur te behoeden en de smeulende kooltjes ’s morgens weer nieuw leven in te blazen. Zo verjoegen onze (oer-groot) moeders de kou uit huis, en schiepen zij een behaaglijke thuisbasis. Een andere omgang met vuur zien we in de smidse, waar magische vuurmeesters ruwe brokken materie in de gewenste vorm hamerden. Een smid beschikt over de kracht, het gereedschap en de kennis om met een laaiend vuur te werken. 

Als warmbloedige wezens beschikken we ook over een innerlijk vuur. Bij de omgang met deze innerlijke warmtebron hebben we vrouwelijke en mannelijke kwaliteiten nodig. Dooft ons vuur, dan verkilt ons hart en staan we koud en onverschillig in het leven. Daarom moeten we ons vuurtje voeden en behoeden. Willen we ook de energie van die warmtebron gebruiken, dan moeten we onze woede leren kennen en haar energie net als een smid beheerst en doelbewust een richting geven. Behoeden en beheersen we ons innerlijke vuur, dan zal haar warmte ons enthousiasmeren en toont haar licht ons een pad waarlangs we ons eigen leven en onze omgeving stap voor stap transformeren kunnen.

Onderzoek de rol die dit innerlijke vuur in je leven speelt. Noteer de resultaten in steekwoorden. 

  1. Woede in al haar vormen

Kinderen uiten hun woede rechtstreeks. Maar ook wij volwassenen kunnen driftig uitvallen. Helaas is het resultaat van zo’n uitval meestal destructief. Wil je de energie van je woede constructief inzetten, dan heb je kennis nodig van de oorzaak van je verontwaardiging en zelfbeheersing.

Kijk terug op je levensloop en onderzoek een paar situaties waarop iets of iemand je woede opriep. Welke waarde(n) kwam(en) er in de knel? 

Tijdens de cursus inventariseren we deze waarden plenair.

2. Idolen en idealen

De Idolen die je als jongere zo tussen je 14e en 21e aanbad en de idealen die je in die tijd koesterde, zijn van betekenis. 

Wie was na je puberteit je eerste grote liefde? Wat trok je toen in hem/haar aan?

Waar raakte je als jongere van in vuur en vlam? Welke rol speelt dat thema nu in je leven?

De informatie die dit oplevert, brengt je dichter bij je innerlijke vuur en haar transformerende kracht. 

3. Transformatie

Liefde en enthousiasme kunnen ertoe leiden dat je je leven helemaal omgooit. Onderzoek tenminste één situatie waarin je bewust voor zo’n transformatie koos. 

  • Wat zette je in vuur en vlam?
  • Rond welke leeftijd speelde dit?
  • Wat zette je op het spel? Welke dagelijkse handelingen of conventies moest je doorbreken? Beschrijf je dagelijkse leven voor dit belangrijke keerpunt.
  • Hoe ging je om met innerlijke en uiterlijke weerstand? Denk daarbij aan tegenzin, tijdgebrek, tegenslag, angst en twijfel.
  • Hoe liep het af?

Bereid je erop voor om dit voorval tijdens de cursus met een of twee anderen te delen.

29 januari 2022