Een gelaagd mensbeeld

Aan de column fitness voor lichaam en ziel ligt een mensbeeld ten grondslag, dat uit de volgende vier wezensdelen bestaat.

Ik: vermogen tot zelfsturing. De Indiase Bhagavad Gita is zo’n 5.000 jaar oud. Ze ontstond in een tijd waarin mensen nog niet over een eigen ik beschikten. Zelfsturing zoals wij dat nu kennen, was daardoor onmogelijk. In plaats daarvan hielden mensen zich aan regels, wetten en normen. Met behulp van je ik kun je je ziel beteugelen. In de Bhagavad Gita bestuurt de god Krishna als wagenmenner de wagen van de held Arjuna. Een mooi beeld dat prachtig illustreert dat Krishna hier fungeert als het hogere ik van Arjuna.

Ziel: gewaarworden en dat wat je daarbij denkt, voelt en wilt. Die drie krachten van je ziel; je oordelen, gevoelens en strevingen beïnvloeden je gedrag. Scholing van de ziel betekent dat je je denken, voelen en willen oefent en zuivert. Met behulp van je ik dam je dan je ego in. Aan de zijkant van mijn web-site vind je een aantal categorieën. Klik je op bezinning, emoties hanteren en gewoonteverandering, dan vind je blogs met oefeningen en tips om dit te doen.

Levenslichaam of gewoontelichaam: In China is dit wezensdeel bekend als de levenskracht of ‘Chi’. In het oude Egypte noemde men het de ‘Ba’. Dankzij je gewoontelichaam kun je alledaagse handelingen uitvoeren zoals eten, tandenpoetsen, afwassen en fietsen. Omdat het om routinematige handelingen gaat waarbij je niet meer nadenkt, vraagt het tegenwoordigheid van geest om ze te veranderen. Dat geldt voor alle  ingesleten patronen in denken, voelen en handelen. Omdat je gewoontelichaam de beeldhouwer is van je fysieke lichaam, is het belangrijk dit wezensdeel goed te verzorgen en je gewoonten regelmatig tegen het licht te houden.

Lichaam: Het wezensdeel wat je kunt aanraken, meten en wegen.

De vier wezensdelen werken op elkaar in. Het ik beteugelt de ziel. De ziel werkt in op je levenslichaam wat op zijn beurt weer je fysieke lichaam beïnvloedt. Alleen op je spierkracht, je gewicht en de verzorging van je uiterlijk kun je door oefening invloed uitoefenen. Tegelijkertijd kun je dan preventief aan een goede gezondheid bijdragen.

Ego, ik en wij

Pas ten tijde van de Grieken en Romeinen, zo rond 600 BC, ontwaakte bij steeds meer volwassenen het individuele ik. Dankzij dit ik hebben we de mogelijkheid onze eigen ontwikkeling te leiden en uit te groeien tot de vrije, liefhebbende wezens die we in potentie zijn. Daartoe moeten we leren onze ziel te beteugelen en onze gewoonten om te vormen. De filosofie die in de Grieks-Romeinse tijd opbloeide, bood manieren om via het denken zo gezond mogelijk te leven. Zo wilde men paal en perk stellen aan de desastreuze werking van begeerte, stress, zorg, onrust, woede en angst. Het resultaat dat de antieken met deze levenskunst voor ogen hadden, was gelukzaligheid. Een leven waarin de strijd tussen ik en ego zich meer en meer oplost.

In onze tijd ligt de zaak nog weer wat anders. Het gaat nu niet primair om ons eigen geluk, maar om de toekomst van Gaia, onze Aarde in haar geheel en dat van al haar huidige en toekomstige bewoners. Het draait niet meer om ego of ik, maar om een ruimhartig wij.