Een gelaagd mensbeeld

Aan de column fitness voor lichaam en ziel ligt een mensbeeld ten grondslag, dat uit de volgende vier lagen bestaat.

Ik: vermogen tot zelfsturing. Met behulp van je ik kun je je ziel beteugelen;

Ziel: je waarnemen, denken, voelen en willen. Het oordeel dat je je over iets vormt, beïnvloedt je (toekomst)wensen, voornemens en besluiten;

Gewoontelichaam: Dit omvat alledaagse handelingen zoals eten, tandenpoetsen, afwassen en fietsen. Je kunt ze automatisch uitvoeren en het vraagt tegenwoordigheid van geest ze te veranderen. Ook denkgewoonten en ingesleten patronen van voelen naar handelen vallen hieronder. Het gewoontelichaam is als het ware de beeldhouwer van je fysieke lichaam.

Lichaam: Dat wat je kunt aanraken, meten en wegen.

Het ik beteugelt de ziel. Met behulp van de gedachten die de ziel zich vormt, kun je inwerken op je gewoontelichaam. Ervaring leert dat het gewoontelichaam hier weerstand tegen biedt en zich niet zo makkelijk laat veranderen. Lukt dit je wel, dan kun je via je gewoontelichaam als een beeldhouwer op je fysieke lichaam inwerken. Aangezien je fysieke lichaam nog meer weerstand tegen verandering biedt, is dat maar beperkt mogelijk. Alleen op je spierkracht, je gewicht en de verzorging van je uiterlijk kun je door oefening invloed uitoefenen. Tegelijkertijd kun je dan preventief aan een goede gezondheid bijdragen.

De Indiase Bhagavad Gita is zo’n 5.000 jaar oud. Ze ontstond in een tijd waarin mensen nog niet over een eigen ik beschikten. De god Krishna bestuurde als wagenmenner de wagen van de held Arjuna en fungeerde als diens hogere ik. Iets vergelijkbaars zien we in het oude Egypte, waar alleen farao’s over een Ach (lichtgeest of ik) beschikten.

Pas ten tijde van de Grieken en Romeinen, zo rond 600 BC, ontwaakte bij steeds meer volwassenen het individuele ik. Dankzij dit ik hebben we de mogelijkheid onze eigen ontwikkeling te leiden en uit te groeien tot de vrije, liefhebbende wezens die we in potentie zijn. Daartoe moeten we leren onze ziel te beteugelen en onze gewoonten om te vormen. De filosofie die in de Grieks-Romeinse tijd opbloeide, bood manieren om via het denken zo gezond mogelijk te leven. Zo wilde men paal en perk stellen aan de desastreuze werking van begeerte, stress, zorg, onrust, woede en angst. Het resultaat dat de antieken met deze levenskunst voor ogen hadden, was gelukzaligheid. Een leven waarin de strijd tussen ik en ego zich meer en meer oplost.

Dat vrienden ons daarbij behulpzaam kunnen zijn, is evident. Goede vrienden hebben hun ogen gericht op elkaars gezondheid en geluk.