Deel II Ademen van licht

Als twintiger las ik een voordracht van Rudolf Steiner over het ademen van licht. De tekst was moeilijk toegankelijk, maar fascineerde me tegelijkertijd, want Steiner beschreef hier een toekomstperspectief waaraan ik dolgraag wilde bijdragen. Krijgen we deze ademhaling onder de knie, dan kunnen we de huidige materialistisch getinte culturen omvormen tot een nieuwe, Michaëlische beschaving. Ik las deze voordracht in De missie van Michaël regelmatig opnieuw en mediteerde op delen van de tekst.

Ongeveer tien jaar later had ik een ingrijpende spirituele ervaring. Door die gebeurtenis meditatief te verwerken, ging ik begrijpen dat het ademen van licht ons met de geest verbindt. Het leidde ertoe dat ik op een nieuwe manier leerde ‘zien’ en ‘horen’.

Het vermogen om al dagdromend beelden voor ons te zien, hebben we allemaal. Het effect van zulke dromen op je omgeving is nihil of beperkt. Maar als je je denken gaat oefenen, kun je toekomstbeelden vormen die zo krachtig zijn, dat ze je handelen beïnvloeden. Handel je vanuit zulke toekomstbeelden, dan heeft dat onmiddellijk effect op de gemeenschappen waarin je leeft en werkt. Want door de vertrouwde routine te verlaten, introduceer je iets nieuws. In je omgeving breng je een verandering of ontwikkeling tot stand, die positief, neutraal of negatief kan uitpakken.

Wil je dat het effect van die verandering ook voor de gemeenschap positief uitpakt, dan is luistervaardigheid essentieel. Die vaardigheid vergroot je door je oordeel terug te houden en zo onbevangen mogelijk waar te nemen. Oefen je dit, dan kan je omgeving zich gaan openbaren. Kinderen, planten, dieren en zelfs dingen kunnen zich woordeloos uiten. Dit leidt ertoe dat je met hen kunt meeleven en uit begrip kunt handelen.

Dagdromen kunnen zich tot imaginaties ontwikkelen. Dat wat zich aan je openbaart, kan tot inspiraties voeren. Vaak domineert ofwel het ‘zien’ ofwel het ‘horen’. Door het ademen van licht te oefenen, verbind je je bewust met het grotere geheel. Beoefen je deze ademhaling, dan leidt dit tot een handelen dat je levend kunt noemen. Levend, omdat het niet volgens een vast sjabloon verloopt, maar mede dankzij een goede voorbereiding in de situatie zelf ontstaat.

De combinatie van imaginatie en inspiratie kan sociaal helend zijn. Zulk intuïtieve handelen vraagt fantasie, moed en geestdrift. Sta je als opvoeder zo in het leven, dan geef je je kinderen een prachtig voorbeeld. Als het je lukt, maar ook als het onverhoopt weer mislukt. In beide gevallen beleven je kinderen je levende creativiteit, moraliteit, flexibiliteit en daadkracht.

Vrijeschoolonderwijs is al een eeuw lang vernieuwend onderwijs. Ze blijft dit zo lang ze oog houdt voor haar unieke identiteit en hoort wat de noden in de veranderende samenleving zijn.

Terug naar de inhoudsopgave van “Ruimte scheppen voor de toekomst”