Dag 1- waarnemingsoefeningen

Tijdens de eerste bijeenkomst ligt het accent op het gebied voor de drempel, op je directe omgeving en op de dingen en mensen die je omringen. Meestal kennen we dit deel van de wereld zo goed, dat we er nog maar zelden onbevangen naar kijken. We weten immers al wie of wat we zien. Pas als een goede bekende een nieuwe bril draagt, bekijken we hem of haar weer even met een frisse blik. Dan vragen we ons verwonderd af wat er in zijn uiterlijk veranderd is.

Dankzij verwondering zet je als het ware een schijnwerper aan. Dankzij dit ‘zintuiglicht’ kun je nieuwe facetten aan bekende mensen, ruimten en voorwerpen ervaren. Een praktische manier om dit te oefenen is aan voorwerpen die je regelmatig gebruikt. Bekijk je zo’n voorwerp met een onbevangen blik, dan kun je glimpen opvangen van de creatieve, scheppende geest van de ontwerper van dit voorwerp. Vind je dat hij zijn werk goed heeft gedaan, dan wekt dit vast je bewondering en respect. Met hulp van deze waarnemingsoefeningen ga je op zoek naar het wonder in de dagelijkse dingen.

Waarnemingsoefeningen

1. Uiterlijk

Beschrijf het uiterlijk van het voorwerp zo feitelijk mogelijk. Daarbij mag je een vergrootglas of liniaal gebruiken. Beschrijf de afmetingen, het gewicht, het materiaal en kleur.

2. Kwaliteiten

Benoem de kwaliteiten van het voorwerp. Is het hol of bol, glad of ruw, licht of zwaar, ……..?

3. Schoonheid

Wat maakt het voorwerp in jouw ogen mooi?

4. Bruikbaarheid

Welke wijzigingen aan het ontwerp zouden het voorwerp voor jou onbruikbaar maken?

5. Essentie

Wat is er wezenlijk voor het gekozen voorwerp? Waarin schuilt het wonder? De onderstaande hulpvragen kunnen daarbij helpen.

  • wat onderscheidt een glas van een mok, theekopje of fles?
  • wat is het verschil tussen een lepel en een schepje, kommetje of rietje?
  • wat onderscheidt een potlood van een vulpotlood of viltstift?

———————————–

Als je dit met alle drie voorwerpen hebt gedaan, bekijk je ze opnieuw. Beantwoord nu ook de onderstaande vraag. Zorg ervoor dat je voor de cursusdag elk voorwerp twee keer bekeken hebt.

6. Nieuwe indrukken

Kon je de eerder gegeven antwoorden de tweede keer dat je dit voorwerp bekeek aanvullen met nieuwe informatie?

Noteer welke observaties de tweede keer nieuw waren.

———————

Op de cursusdag

Neem de drie voorwerpen mee naar de eerste cursusdag.

De resultaten van deze waarnemingsoefeningen delen we in drietallen. Ieder toont één voorwerp en vertelt hier 5 minuten over. De anderen luisteren. Na afloop mogen de luisteraars vragen stellen en de gegeven beschrijving eventueel met eigen vondsten aanvullen.