Die Heimat: terugval of wenkend perspectief

Vanmorgen las ik in het dagblad Trouw dat Duitsland een minister van binnenlandse zaken, bouw en Heimat krijgt. Zo staat het op de laatste bladzijde van het Duitse regeerakkoord. Als de leden van de SPD hier deze week ja tegen zeggen, wordt dit akkoord de basis van de nieuwe regering Merkel. Is het een kniebuiging voor conservatieve krachten of een wenkend perspectief?

Het Duitse Heimat laat zich niet zo makkelijk vertalen. Naar analogie van heimwee, een oer-Hollands woord waarmee we het verlangen naar thuis uitdrukken, heb ik het vertaald met ‘thuisland’, het land waarmee we ons emotioneel verbonden voelen. Dat dit niet altijd de plek is waar we daadwerkelijk wonen, leerde ik van mijn moeder, middelste dochter uit een gezin met dertien kinderen. Vrijwel al haar zussen emigreerden vlak na de oorlog naar Canada om daar met hun partners hun toekomst op te bouwen. Hun cultuur, leefgewoonten, zelfs mijn grootouders verhuisden mee.

In de jaren zeventig en tachtig bezochten mijn moeders zussen met partners en kinderen de in het thuisland achtergebleven familieleden. Wat een sentimental journey had moeten zijn, pakte totaal anders uit. De smyrna tafelkleedjes die zij met thuis associeerden, lagen hier op rommelmarkten te koop. Onze huisraad, gewoontes en taal waren in dertig jaar schokkend veranderd. Vertrouwde zeden waren zoek. Niet zij, maar wij hadden het vertrouwde land verlaten en ons van thuis verwijderd. Zo was er tot verrassing van de gezusters stap voor stap een generatiekloof ontstaan tussen thuisblijvers en emigranten.

Ik leerde ervan dat identiteit dynamisch is. Ze is het resultaat van doorgaande interactie met anderen. Aan vreedzame uitwisseling ontwikkelen we ons. Dat begint intiem, op de moederschoot waar we warmte en voedsel ontvingen en ons eerste lachje schonken. Vanuit die veilige hechting bouwde de interactie zich uit naar familie, buurtgenoten, klasgenoten, collega’s en een steeds ruimere kennissenkring. Dankzij communicatie met anderen verrijken we onze kennis en groeit de groep mensen waarmee we ons verbonden voelen.

Vreedzame uitwisseling tussen vreemden vormt de grondslag van beschavingen. Ooit woonden we geïsoleerd in dorpen met monoculturen. Verovering van nieuwe markten verruimde ons perspectief naar streken, regio’s en landen die we eerder niet kenden. Het gebied waar we ons thuis voelden en mee verbonden wisten, dijde uit tot Europa en delen van andere continenten. Dat wij op weg zijn om eens samen aan te komen, leerde ik als kind op zondagsschool in de vorm van een lied. Zongen we dit, dan kreeg ik heimwee naar een situatie die in de toekomst lag, naar een stad die ik nog nooit had gezien. “Jeruzalem, mijn vaderstad, mijn moedershuis. Wanneer zal ik u zien zoals gij zijt, de bruid van onze heer?”

Aan dat couplet dacht ik toen ik in Dagblad Trouw vandaag de slotzinnen las uit Das Prinzip Hoffnung van de Joods-Marxistische filosoof Ernst Bloch (1885 – 1977). Hij schreef dit werk na WO II en eindigde met woorden van hoop: “So entsteht in der Welt etwas, das allen in die Kindheit scheint und worin noch niemand war: Heimat”. Ja, dacht ik. Door vreedzame uitwisseling zal de wereld ooit aller Heimat zijn.


Filosofen die me naast Ernst Bloch tot deze blog inspireerden:
  • José Ortega y Gasset, De opstand van de massamens
  • Dorien Pessers, De rechtstaat voor beginners
  • Rudolf Steiner, Grondsteenspreuk

 

 

Dit bericht werd geplaatst in crises en conflicten, levenskunst, sociale kunst en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s