Kleine prinsen zijn wij

Afgelopen vrijdag las ik in een column van Bert Keizer, een arts en filosoof wiens columns ik waardeer, dat hij het vertrek van de ziel uit het lichaam als een fantasie beschouwt. Ik snap dat, want hoeveel gewicht heeft een ziel? Hoe kun je iets ongrijpbaars meten? Tegelijkertijd pleit ik voor de fantasie eens met zo’n vertrekkende ziel mee te reizen. Stel dat je je ziel wel uit kunt ademen en dat ze zich dan in al haar weidsheid onder je ontvouwt. Stel dat je dit uitgeademde heelal kunt bereizen tot je in de verre periferie als kleine prins je eigen ster bereikt. Stel dat je daar vertoeft tot de Aarde je weer lokt en je de lange reis terug aanvaardt. Is dat misschien wat Saint-Exupéry in zijn sprookjesachtige boek beschreef?

Na je geboorte vervagen de herinneringen aan die lange tocht. Je leert je nieuwe omgeving kennen en geeft mensen, bomen en dingen namen en vaste contouren. Het levendige spel van kleur en vorm raak je geleidelijk kwijt. Slechts een enkeling herinnert zich stukjes van zijn droomtocht langs sterren en planeten. Beschik je over zulke fragmenten, dan leer je te leven met schurende vragen.

Niet alleen bij het sterven, maar ook ‘s avonds bij het inslapen, adem je je ziel en geest uit. Ze vliegen op, kiezen de richting van je ster om pas bij het ontwaken weer in je lichaam terug te keren. Elke avond maak je die tocht onbewust. Wil je de reis bij bewustzijn maken, dan moet je net als de kleine prins door een slang in je hiel worden gebeten, tussen kuit en voet. Daar waar je het kwetsbaarst bent.

FlammarionWoodcut

Zo’n reis maakt vragen uit je jeugd weer actueel. In mijn geval vormde het de oorsprong van mijn onderzoek naar planetenkwaliteiten, dierenriem en ademhaling.

Met je ziel adem je ook lucht uit. Je uitademing bevat een gas dat aan de basis ligt van de organische chemie: koolzuur. Met behulp van koolzuur bouwen planten hun lichaam op. De soortenrijkdom op onze Aarde illustreert het ontelbaar aantal mogelijkheden om een gestalte vorm te geven. Volkomen onbewust is elke plant een architect. Bij het sterven, geeft ieder van ons zijn reis door het heelal een vorm. Die reis past bij je intenties en geeft je diepste bouwimpulsen weer, laat ieder van ons ervaren wat hel, vagevuur en hemel zijn.

Mijn uitademing voerde me via een eeuwigheid van chaos naar een donkere, oeverloze vloed. Hoog daarboven vormde zich in een regenboog het eerste licht. Pas toen grepen vormkrachten in om uit het bandeloze water een nieuwe Aarde te vormen. De geliefde stad die wel het nieuwe Jeruzalem wordt genoemd. Naar die gouden kubus ging al mijn liefde uit, maar mijn reis ging voort. Inademen moest ik mijzelf opnieuw. Spiralend trok de dierenriem zich nu lichtend rond mijn hart samen. Pas toen vond ik mijn thuis in mij.

Lief hart, denk nog meer in mij. Schenk me de moed mijzelf te doorlichten, mijn Vorst te dienen en goed te doen.


Figuur: houtsnede van Flammarion
Dit bericht werd geplaatst in bewustzijnsontwikkeling, kringloop van het jaar, mythen en magie en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s