Naar een nieuwe erecode

In de trein naar Rotterdam las ik het laatste hoofdstuk van De erecode uit. Volgens Kwame Anthony Appiah, de Brits-Ghanese schrijver, kan eergevoel een rol bij morele revoluties spelen. In een wereld waarin eerzucht en eerwraak grote schade aanrichten, intrigeerde het me dat eergevoel ons kan motiveren de wereld te verbeteren. De vragen die dit opriep, vergezelden me de rest van die dag.

Dat erecodes soms normen en waarden voorschrijven die kwaad aanrichten, illustreert Appiah met voorbeelden uit verschillende tijden en culturen. Tot in de 19e eeuw bracht gekrenkte eer Engelse gentlemen tot duelleren. Een erecode roept Pakistani op om onteerde vrouwelijke familieleden te doden. De noodzaak mogelijk gezichtsverlies te wreken, kan mensen kennelijk gevangen houden in gedrag dat haaks staat op moraliteit, wetgeving en geloof. Erecodes ketenen mensen. Zo geboeiden bevrijden zich pas, als ze hun code als eerloos gaan ervaren.

Leven met vragen verandert je waarneming. We reisden naar Rotterdam om de tentoonstelling Genesis te zien en onze jongste kleinzoon Julian te bezoeken. Beide ervaringen leidden ertoe dat ik het woord eer in een nieuwe context ging zien.

In het fotomuseum bekeken we de zwart-wit foto’s waarop Sebastiao Salgado de ruige schoonheid van onze planeet had vastgelegd. Vulkanen, gletsjers, oerbossen en hun bewoners toonden het robuuste oerbegin van onze planeet. Haar Genesis vervulde me met ontzag. Tegelijkertijd is de schepping ontstellend kwetsbaar. Salgado ontplooide op de boerderij die hij erfde initiatieven om haar vitaliteit te herstellen. De resultaten daarvan stemden hem hoopvol over het effect van onze goede wil op ecosystemen.

Nog onder de indruk, voeren we vervolgens met de watertaxi naar het dijkhuis van onze kinderen. Jornt Jan had zijn zoon net verschoond en droeg hem op de arm toen hij ons binnenliet. Door de chaos van de verbouwing leidde hij ons naar de zolder, waar hun leven zich de afgelopen maanden concentreert. Onderaan de trap deden we onze met gips bepoederde schoenen uit. Boven gaf Jornt Jan me zijn zoon in de armen. Beschroomd keek ik mijn kleinzoon aan. Even gleed diens blik vorsend over mijn gezicht, maar al snel vielen zijn ogen dicht. Zijn kwetsbaarheid riep tere gevoelens en actiebereidheid bij me op. Zo gauw de kleine in slaap was, legde ik hem bij zijn opa op de arm en bood ik aan de woonverdieping te stofzuigen. Onze kinderen, vermoeid door gebroken nachten en langdurige verbouwingsrommel, namen dat aanbod dankbaar aan.

Op de terugweg realiseerde ik me dat de schroom en het ontzag die ik had ervaren, samenhangen met eerbied voor schepping en scheppingskracht. Zoals eerwraak nieuwe ontwikkelingen in de knop smoort, laat eerbied kiemen ontluiken en tot wasdom komen.

sprout-1147803__340

Volgens Appiah motiveren wetten, regels en geld ons extrinsiek. Zonder toezicht werken zulke motivatoren niet. Eergevoel daarentegen is de motivator van de vrije mens. Ons dagje uit deed me beseffen dat eerbied de ziel verruimt. Dankzij eerbied ontplooien we initiatieven. Niet uit egoïstische eerzucht, maar dienstbaar aan iets wat in de toekomst ligt en alleen dankzij goede wil gaandeweg gestalte krijgt. Meer hierover lees je in menselijke waardigheid.


Deze column schreef ik ter voorbereiding op een bijeenkomst van Page, de vriendenkring waarover ik regelmatig schrijf.
Foto: Skeeze, USA (via Pixabay.com)

 

Dit bericht werd geplaatst in bewustzijnsontwikkeling, filosofie en antroposofie, levenskunst, sociale kunst en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s