Vrijescholen groeien weer

Op 9 april 2018 schreef de Vereniging van vrijescholen op haar website dat het aantal leerlingen van vrijescholen in tien jaar tijd met 35% is gestegen. In een tijd van krimp kregen vrijescholen er in die periode zo’n 7.000 leerlingen bij. Her en der in het land nemen ouders zelfs het initiatief een vrijeschool te starten. Zo begeleidde ik in 2017 de start van de Windkanter voor vrijeschoolonderwijs in Hilversum. Ik ben blij dat vrijescholen de wind weer in de zeilen hebben, want vrijeschoolonderwijs is in onze gespleten samenleving hard nodig.

Ik leerde de vrijeschool in 1993 kennen, toen ik mijn dochter naar de eerste klas van de vrijeschool Widar in Delft bracht. Zo begon een levenslange liefde voor dit onderwijs. Indertijd werkte ik als coördinator van technische opleidingen en wilde ik graag meer in het vrijeschoolonderwijs doen. Op de vraag om secretaris van het bestuur van Widar te worden, zei ik dan ook enthousiast ja. Kijk ik nu terug dan zie ik hoe mijn werkveld geleidelijk naar het vrijeschoolonderwijs verschoof. Ik werkte er als organisatieadviseur, fusiebegeleider, (interim-)directeur en toezichthouder. Tellen we de lezingen en workshops mee die ik op vrijescholen mocht geven, dan ken ik ongeveer de helft van alle vrijescholen.

In de loop der jaren heb ik vrijescholen een omslag zien maken van vrij gesloten bolwerken naar scholen met een open houding naar de samenleving. Vrijescholen verdwenen van zwarte lijsten en werden hierdoor steeds aantrekkelijker voor ouders die een school zochten met aandacht voor een bredere ontwikkeling van hun kind. Maar wat onderscheidt vrijescholen van andere scholen die dit ook bieden?

Tijdens mijn onderzoek naar de identiteit van vrijescholen ontdekte ik gaandeweg dat de identiteit van dit onderwijs nauw samenhangt met de ritmische afwisseling van concentratie en ontspanning die het hele onderwijs doortrekt. Dankzij dit ritme ontwikkelen kinderen een ademende relatie met de samenleving en leren ze spelenderwijs dat vrijheid en medeleven, focus en een open oor hand in hand gaan. Vanuit die basis kunnen ze later hun levenskoers uitzetten zonder daarbij de belangen van anderen uit het oog te verliezen.

De huidige tweedeling in de samenleving is in zekere zin het resultaat van een hortende verbinding tussen het eigen ego en de wijde buitenwereld. Ligt het accent in de jeugd eenzijdig op de ontwikkeling van het denken, dan leren jongeren om vooral te focussen. Die doelgerichte focus stelt hen in staat om eenmaal volwassen een goede positie in de samenleving te verwerven. Missen ze daarbij een open oor voor de behoeften van anderen, dan gaat de solidariteit verloren. Het effect is een verhardende samenleving, waarin kansarmen en pechvogels makkelijk als losers worden weggezet. Maar het leven is niet maakbaar….. Ziekte, pech of een ongeluk kunnen iedereen overvallen en trekken vroeg of laat een streep door de rekening. Daarbij heeft lang niet iedereen een studiehoofd. Ongeveer de helft van de mensen heeft vooral talent in hart of handen.

De toenemende tweedeling in de samenleving illustreert dat de haperende verbinding tussen binnen en buiten ons allemaal aangaat. Door in het onderwijs aan het ‘ademen van aandacht’ te werken, leren kinderen spelenderwijs hoe ze later hun motieven kunnen realiseren zonder de wereld uit het oog te verliezen. Meer over dit ademen van aandacht lees je in mijn artikelen:

Dit bericht werd geplaatst in levenskunst, ontwikkeling en groei, sociale kunst, vrijeschoolonderwijs en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s